(Op
veel foto's kan worden doorgeklikt om een vergroting van de afbeelding)
Orgelevolutie!
De Engelsen staan bij ons, boerse Hollanders,
bekend als deftig en gekultiveerd. Een Engelsman is toch een "gentleman"?
Het is misschien wel wat generaliserend gesproken, maar is de doorsnee
engelsman toch niet wat meer "gentle" dan de gemiddelde Hollander?
Hoe het ook al zit, zoiets wordt volgens mij de landsaard genoemd. Die
Engelse landsaard vindt men in hun orgels terug. Men houdt daar niet
zo van boerse, stoere lompheid maar men waardeert een deftig, beschaafd
orgel. De evolutie van het orgel, de orgel-beschaving, is in Engeland
dus wat verder doorgegroeid dan bij ons! Ik denk dat je als Nederlander
net zo wel kunt zeggen dat
de
orgel-evolutie daar wat te ver is doorgeschoten, en dat het allemaal
wat al te gladjes is geworden, maar dat is natuurlijk een kwestie van
smaak!
In Engeland heeft in de negentiende eeuw
de ontwikkeling naar het romantische orgel, een tongwerk- en bijbehorende
intonatie stijl tot gevolg gehad die geheel afwijkt van de romantische
tongwerken in de andere landen van Europa. In de rest van Europa komen
toch heelwat verschillende tongwerkstijlen voor,
maar de Engels- romantische tongwerken waren in dezelfde tijd op het
vaste land niet te vinden! Omgekeerd zal men bij de engelse orgelbouwers
in de vorige eeuw ver hebben moeten zoeken naar iets, wat bv. op de
Frans- romantische tongwerken lijkt! De door Cavaille-col in Engeland
geplaatste orgels vielen niet zo in de smaak. (bv. in Manchester Town
hall)
Doorslaande tongwerken zijn in
Engeland al helemal niet gemaakt.
Vooral de orgelbouwer Henry
Willis heeft rond 1860 in het ontwerp en intonatie van zijn tongwerken
een leidende rol gespeeld. Feiteijk al de andere orgelbouwers in Groot
Brittannie zijn zijn voorbeeld gevolgd.
Het Probleem
In Engeland vond men het,
in de romantische periode, heel belangrijk dat de tongwerken vanaf de
bas tot en met de hoogste toon, alle pijpen
dezelfde
klanksterkte zouden moeten hebben. Bij een tongwerk
hebben de laagste tonen nu eenmaal maar grote kelen en tongen. Naar
de discant worden die steeds kleiner. Dit is de rede dat de klanksterkte
bij een tongwerk van nature in de bas sterker is dan in de hoogste regionen.
Bij de intonatie wordt er door de intonateur meestal veel moeite gedaan
om dit verschil in te perken. Bij de laagste tonen: de klank wat terughouden
door de bekerpunt dicht te kloppen, of het beleren van die kelen. Bij
hoogste tonen wordt geprobeerd het maximale er uit te krijgen. Maar
het is nu eenmaal zo dat de klanksterkte naar de hogere pijpjes toe
afneemt.
De engelse orgelbouwers,
met vooral Henry Willis voorop, hebben om vodoende klanksterkte in de
hogere oktaven te verkrijgen, de oplossing gezocht in het verhogen van
de winddruk.
Door
de hoge winddruk word het volume van de discant dus op de gewenste sterkte
gebracht. Ook begon men om dezelfde reden de bekerlengte te verdubbelen
en in sommige gevallen zelfs te ver- viervoudigen!. Vooral dit laatste
heeft het verminderen van de boventonen en het versterken van de grondtoon
tot gevolg. De lage tonen worden onder contole gehouden, door de keelopeningen
in de bas relatief klein te maken en de verzwaring van de tongen met
gewichtjes. Zo bijft de toon van de tongwerk-bas stabiel en beheerst
binnen de juiste perken. Het beleren van kelen word door de Engelse
orgelbouwers als een lapmiddel gezien.
In
Engeland wordt de orgebouwer Henry Willis gezien als de ontwikkelaar
van de gewichtjes op de tongen, maar wij weten dat Mersenne in 1635
al in zijn Harmonie
Universelle
schrijft, om gewichtjes op de tongen aan te bengen "waardoor de
klank zachter en meer aanvaardbaar wordt"
Tongverzwaring
met gewichtjes is ooit ontstaan als een
truck om de onrustige en onbeheerste bas van de hogedruk tongwerken
te temmen, maar het is uit-eindelijk uitgegroeid tot een uitgekiende
techniek om een resultaat te krijgen dat eigenlijk op geen andere manier
bereikt kan worden. De verzwaring bestaat uit het aanbrengen van een
stukje vilt of leer, dat in maat en dikte naar de bas toe steeds iets
groter word, tot dat een
punt bereikt word (ongeveer bij tenor g) dat het gewicht onvoldoende
word en men er een stukje lood op op bevestigt zodat het gewicht zwaarder
word. Het vilt onder het stukje lood werkt dan als een soort stootkussentje
dat ook de flexibiliteit van de tong niet benadeelt. Het geheel word
van ouds vastgelijmd met "Chatterton's compount"
De gewichten voor de tongen van een 16'of
32' worden ook wel met een boutje op de tong bevestigd. Voor dat doel
wordt er dan een gaatje in de tong geboord waardoor het boutje komt
om het, meestal ronde, gewicht op de tong te bevestigen. Op de foto
hierbij, de keel van een 32' Bombarde, uit een Skinner orgel, met daarop
de zeer zwaarbeladen tong. Dit register spreekt op zowat 650mm winddruk.
Je voelt het al aan, het gewicht (170gr.) op deze tong moet natuurlijk
vast gezet worden doormiddel van een boutje!
Het effekt en de
werking van de gewichts verzwaring op de tong is als
volgt: De tong word door het gewicht op de tong zwaarder en geeft dan
een lagere toon. Het gevolg is dan dat hij hoger gestemd word, om de
juiste toon te geven. Dat resulteert in een kortere tong als dat het
geval zou zijn zonder gewicht er op. Hierdoor slaat de tong minder ver
uit en is veel meer onder controle dan zonder het gewicht er op. Deze
zeer goed beheerste en beteugelde tong kan geen eigenzinnige grapjes
uithalen. Het gevolg is dan ook een bijzonder sonore, wat boventoon
arme toon.
Het
is dus ook geen wonder dat doorslaande tongwerken in Engeland nooit
gemaakt zijn. De engelse orgelbouwers bereikten ongeveer dezelfde klankkleur
op een heel andere manier!
In de loop van de geschiedenis, tegen
het einde van de negentiende eeuw, waren de oorspronkelijk open parallelle
kelen uit de barok tijd omgevormd tot tamelijk sterk conische kelen
met een relatief kleine V vormige opening. Daarnaast ziet men de gewichten
in de romantische periode steeds groter en zwaarder worden. Dit alles
resulteert in een ronde (smooth), donkere en niet
felle
klank die volkomen paste in de "gentle" engels- romantische
smaak. Het tegendeel dus van de wat boerse en ruige tongwerken die men
soms op de bv. Nederlandse orgels aantreft. (Denk dan bijvoorbeeld aan
de grote orgels in zaltbommel of in Dordrecht,)
Samenvattend:
Vooral de sterk konische, gesloten V vorm Kelen, de met gewichtjes verzwaarde
tongen en de bekers die nog net iets langer zijn dan de normale maximum
lengte, zijn de meest in het oog lopende kenmerken van de Engelse tongwerken.
Het gebruik van dubbele of zelfs vierdubbele
bekerlengte in de 1920- 1930-er jaren door enkele firma's heeft toch
maar kort geduurd. Het effekt is niet zo geweldig. De toon wordt wat
"dood" en "muffig", blijkbaar zelfs voor de engelse
oren! Het gebruik van dubbele lengte vanaf c2 is uiteindelijk het meest
geschikt en doelmatigst gebleken. De grondtoon, en daarbij de draagkracht,
word er wat door versterkt alhoewel de felheid
wat
afneemt.
De laatste jaren
is er veel veranderd in de engelse orgelbouw. Na de romantische exessen
is men ook daar veelal teruggekeerd naar lagere winddrukken en gebruikt
men ook in Engeland wel "open" kelen voor de tongwerken. Men
vind er heden ten dage ook volop franse tongwerken op de nieuwe orgels.
Er is nu wel een heel grote verscheidenheid aan verschillende stijlen
aanwezig! Toch zijn er nog steeds veel engelse orgelbouwers die het
niet kunnen laten om de onderste tonen van hun (zelfs Franse) tongwerken
te voorzien van kleine gewichtjes, zonder om de tonen weer zo donker
en muf te laten klinken als in de tijd van de laatromantiek.
In Amerika is de
orgelbouw sterk beinvloed door de Engelse orgelbouwers die er, in de
vorige eeuw, veel orgels geplaatst hebben. De Amerikaanse orgelbouwers
zoals Aeolian-Skinner, M.P.Moller, Austin en Kimball, maar ook Casavant
Freres in Canada hebben de het Engels romantische orgeltipe zelfs nog
wat verder door ontwikkeld. Geheel anders dan bij ons in Europa, waar
vanaf de 70- er jaren de Neobarok eigenlijk alles overheersend was,
heeft het Romantische orgel in Amerika nooit zijn populairiteit verloren.
En ook nu, is het er nog steeds enorm populair.
Hogedruk
tongwerken
Het eerste hogedruk tongwerk werd geinstalleerd
in 1837 in het orgel van de Town Hall te Birmingham. Het was een Orpicleide
8' geintoneerd op ruim 300mm winddruk. Het was het
product
van diverse expirementen door een zekere William Hill voor de spoorweg
signaal afdeling. Dit register bestaat nog steeds. het is een Trompet
met wijde bekermensuur. (het register heet nu Tuba mirabilis en de winddruk
is nu waarschijnlijk weer wat hoger dan de oorspronklijke) De kelen
zijn konisch met een open sleuf en de tongen er op zijn verzwaard met
extra gewichten. De klank is breed, vol en krachtig. Het inburgeren
van de hogedruk registers duurde zo'n 40 - 50 jaar. Orgelbouwer Willis
was weer de grote koploper, maar vele orgelbouwers deden het hem na.
In Amerika zijn vooral door Skinner veel hogedruk tongwerken gebouwd
en ook hij ontwikkelde een eigen "Amerikaanse" stijl.
In Amerika
is het nogsteeds heel normaal om de zeer ruim bemeten orgels,
(vaak tweemaal zo groot dan dat men in Europa onder dezelfde omstandigheden
zou maken) ook te voorzien van een (gewoonlijk horizontale) trompet,
meestal: Tuba of Trompet reaal genoemd, onder hoge druk, een solo functie
vervullend. Deze Trompet moet het dan op kunnen nemen tegen een volledig
plenum. (Men denkt zo op een trompetist te kunnen besparen) Dit is natuurlijk
hét register voor
een
"Tuba tune"!
De hogedruk stemmen zijn volgens mij nooit
bedoeld om als Tuti registers te gebruiken, ze zijn natuurlijk heel
solistisch bedoeld. Toch worden ze wel eens bij het tutti gevoegd, horen
en zien vergaat dan. Persoonlijk vind ik dat irritant en bespottelijk,
het doet pijn aan de oren en heeft met echte muzikaliteit weinig meer
te maken.
Als voorbeeld een
beschrijving van een paar hogedruk registers:
De
Tuba
Op
de foto rechts is een omgezette (hooded) Tuba te zien. In Engeland en
Amerika krijgen de luidere Trompetten vaak zo'n "behandeling".
De bekers worden zo gekropt omdat de klank daardoor wat meer de ruimte
ingegooid word. Een beetje een chamade effekt dus. Een bijkomend voordeel
is dat geen stof, puin of insecten zo in de beker kunnen vallen. Op
die manier wordt ook de stemhouding van het tongwerk wat stabieler!
De Tuba is een heel karakteristiek Engels
Trompet register. Het word soms wel, maar lang niet altijd als chamade
uitgevoerd. De klank is behoorlijk sterk, zeer rond en vol en niet zo
helder. Het register heeft wijde bekers, met een diameter van ong. 130mm.
op C8'. De consche kelen zijn meestal gesloten en hebben dan traanvormige
openingen. De winddruk is gewoonlijk tussen 250 en 500mm. De tongen
zijn dik, voor een 8' register gebruikt men tongdikten die men gewoonlijk
voor een 16' zou gebruiken. De tongen die een mooie ronde bocht als
buiging hebben, zijn in de onderste oktaven natuurlijk met gewichten
verzwaard.
Tuba mirabilis
Dit is een bijzonder
sterke Tuba met een wijdere mensuur dan de "gewone" Tuba.
De diameter is op C8' vanaf 150mm. en zijn voor het hele register extreem
wijd. Ook de kelen zijn weer wijder en meer geopend dan van de normale
Tuba. Dit register spreekt op winddrukken boven de 400mm. en in extreme
gevallen wel tot 1000mm.!
Military Trumpet
/ Festival Trumpet
Ook
dit zijn ook een heel erg luide registers en zijn vaak als chamade uitgevoerd.
Het eerste exemplaar werd in 1930 door Henry Willis, voor de st. Pauls-cathedral
(van messing) gemaakt.
Het register spreekt daar op de
extreem hoge winddruk van 750mm.! In tegenstelling tot de Tuba's moet
dit register helder klinken. Het is de imitatie van een cavalerietrompet.
De mensuur, die op C8'rond de 100mm. is, is dan ook wel wat enger dan
voor de Tuba registers. De kelen zijn open, heel licht conisch, of prallel
met een schuine voorkant. (scheepjeskelen) De bekers zijn om de helderheid
te bevorderen vaak van koper of messing.
De French horn
Op
de foto rechts is de Trompet geheel rechts een French horn. (Meer op
de voorgrond is een Tuba te zien met "hooded" bekers.) De
trompetvormige bekers van de French horn zijn gedekt en met de dubbele
slits aan de zijkant kan de geluidssterkte wat geregeld worden.
Alhoewel de French horn een hogedruk
register is, met een winddruk gewoonlijk rond de 300mm., klinkt hij
niet geweldig luid. (ongeveer middelsterk) De klank is heel vol en rond
met bijzonder weinig boventonen en heeft een typische "bubbel"
in de anspraak. Dit register moet een gestopte hoorn immiteren.
Ook dit register word wijd gemensureerd
(rond 140 op C 8'), met bekers die eigenlijk een beetje te lang moeten
zijn. De kelen zijn gesloten en hebben een "pocket" (dat is
een loze ruimte onderin de keel) om zo rond als mogelijk te klinken.
De dikke tongen en zijn in de onderste 3 oktaven met relatief zware
gewichtjes beladen.


De messing bekers van de posthorn. Dat
is een zeer luide; penetrante trompet op zeer hoge winddruk. Dit register
komt nog wel eens voor op Wurlitzer theater-orgels.
Lade met "batterij" tongwerken,
"hooded" op de tijpisch- engelse manier.